In dit maandoverzicht vind je de belangrijkste inzichten uit de energiedata van mei 2026 op een rij, met onder andere cijfers over elektriciteitsproductie, elektriciteitsverbruik, import en export van elektriciteit, CO₂-uitstoot en -emissiefactoren, gasverbruik en gasopslag.
Belangrijkste inzichten van mei 2026
- Totale elektriciteitsproductie: 10,4 TWh
- Circa 60% van de totale elektriciteitsproductie is duurzaam opwekt uit zon, wind, biomassa en afval
- Circa 55% van de totale elektriciteitsproductie komt van de hernieuwbare bronnen zon en wind (op land en op zee): 5,7 TWh
- Elektriciteitsverbruik: circa 9,2 TWh
- Netto export van elektriciteit: 1,5 TWh
- CO₂-uitstoot elektriciteitsproductie: circa 1.733 kton
- CO₂-emissiefactor elektriciteit: circa 0,196 kilogram CO₂ per kWh
- Totale gasverbruik: 18,8 TWh
- Gasopslag: 16% gevuld
Dit maandoverzicht bevat voorlopige data. Cijfers kunnen achteraf worden bijgesteld wanneer databronnen worden geactualiseerd.
Elektriciteit
Elektriciteitsproductie per dag, per energiebron
In onderstaande grafiek zie je per dag hoeveel elektriciteit is geproduceerd per energiebron, weergegeven in gigawattuur (GWh). Eén GWh = 1.000.000 kWh. In mei werd er in totaal ongeveer 10,2 TWh elektriciteit geproduceerd.
Het onderstaande staafdiagram vergelijkt de totale elektriciteitsproductie van mei 2025 en mei 2026. In mei 2026 is er circa 10,4 TWh opgewekt, iets meer dan in mei 2025 (10,2 TWh).
Onder het staafdiagram staat een cirkeldiagram met de verdeling van de elektriciteitsproductie per energiebron in mei 2026. Hieruit blijkt dat zonne-energie met 37% de grootste bron was, gevolgd door gascentrales met 25%.
Duurzaam opgewekte elektriciteit
In mei werd 60% van onze elektriciteit duurzaam opgewekt, zonder CO₂-uitstoot. Deze duurzame elektriciteit komt van zonnepanelen, windmolens op land en op zee, biomassa en voor een deel ook van afvalcentrales. Het afval dat we verbranden bestaat namelijk uit een biogeen en een fossiel deel. Het biogene deel bestaat uit organisch materiaal zoals etensresten, hout en papier. Omdat dit materiaal van plantaardige of natuurlijke oorsprong is, wordt het gezien als hernieuwbare energie. Voor dit deel van de afvalverbranding wordt daarom geen netto CO₂-uitstoot gerekend.
Opwek van elektriciteit uit wind en zon
De elektriciteitsbronnen wind op zee, wind op land en zon waren in mei goed voor circa 55% van de totale elektriciteitsproductie. In mei 2025 was het circa 67 %van de totale elektriciteitsproductie.
Onderstaande staafdiagram toont de opwek van elektriciteit (in GWh) uit wind op zee, wind op land en zon voor mei 2025 en 2026. Hierin is goed te zien dat er dit jaar in totaal minder zon- en windenergie is opgewekt en dat dat vooral komt door de hoeveelheid windenergie.
In mei 2026 werd er in totaal circa 5,7 TWh elektriciteit geproduceerd uit deze bronnen, waarvan 2 TWh uit wind en 3,7 TWh uit zon. In mei 2025 lag de opwek hoger, met een totaal van circa 6,8 TWh, waarvan 2,9 TWh uit wind en 3,9 TWh uit zon.
Elektriciteitsverbruik
Sinds november 2025 is data over het elektriciteitsverbruik beschikbaar op het Nationaal Energie Dashboard. Hierin zien we dat er in mei circa 9,2 TWh aan elektriciteit is verbruikt, ongeveer vergelijkbaar met vorig jaar mei. Het staafdiagram hieronder toont het verbruik per maand in 2025 en 2026. Daarin zie je dat het verbruik in de wintermaanden hoger is dan in de zomermaanden.
Import en export elektriciteit
Nederland importeert en exporteert elektriciteit met de buurlanden. In mei 2026 exporteerde ons land netto circa 1,5 TWh aan elektriciteit. Dat is circa 0,5 TWh meer dan mei 2025, toen werd er 1 TWh geëxporteerd. Er is in mei veel geëxporteerd naar België en ook geïmporteerd vanuit Duitsland.
De eerste staafdiagram hieronder toont de netto import per land in mei 2026. De staafdiagram daaronder vergelijkt de totale netto import per maand voor 2025 en 2026. Sinds november 2024 wordt er onafgebroken netto geëxporteerd.
Let op: negatieve import = export
CO₂-uitstoot en -emissiefactor elektriciteit
Bij de productie van elektriciteit en het verbruik van gas komt CO₂ (koolstofdioxide) vrij. In de onderstaande grafieken zie je zowel de CO₂-uitstoot als de CO₂-emissiefactor van de elektriciteitsproductie per maand, voor 2025 en 2026. De CO₂-uitstoot is de totale hoeveelheid koolstofdioxide die vrijkomt bij de energieproductie. De CO₂-emissiefactor geeft aan hoeveel CO₂ vrijkomt per eenheid opgewekte eenheid elektriciteit, uitgedrukt in kilogram CO₂ per kWh. Voor elektriciteit daalt de CO₂-emissiefactor al jaren door de toename van het aandeel hernieuwbare energieopwek in de elektriciteitsmix. Nederland is netto-exporteur van elektriciteit en de CO₂-uitstoot van de geëxporteerde elektriciteit wordt meegenomen in de cijfers.
CO₂-uitstoot elektriciteitsproductie
De CO₂-uitstoot van elektriciteit steeg van 1.038 in mei 2025 naar 1.733 kton in mei 2026. Dit is te verklaren door een toename van de opwek van elektriciteit door de fossiele bronnen gas en steenkool.
CO₂-emissiefactor van elektriciteitsproductie
De CO₂-emissiefactor steeg van 0,130 kilogram CO₂ per kWh in mei 2025 naar 0,196 kilogram CO₂ per kWh in mei 2026.
Gas
Gasverbruik
Onderstaande grafieken laat het gasverbruik in mei 2026 zien, uitgesplitst naar drie typen gebruikers: industriële gasverbruikers, gasgestookte elektriciteitscentrales en de lokale gasdistributie naar kleine bedrijven en de huishoudens. In totaal werd er in mei 2026 ongeveer 18,8 TWh gas verbruikt. In mei 2025 was dat 16,5 TWh. Tijdens koudere maanden is het verbruik bij zowel lokale gasdistributie als gasgestookte elektriciteitscentrales aanzienlijk hoger dan de warmere maanden.
De 18,8 TWh gas die in mei 2026 werd verbruikt is als volgt verdeeld:
- Gasgestookte elektriciteitscentrales 5,2 TWh
- Lokale gasdistributie naar kleine bedrijven en de huishoudens 6,4 TWh
- Industriële gasverbruikers 7,2 TWh.
Gasopslag
Gasopslag is een manier om aardgas op te slaan voor later gebruik. In de zomer, als de vraag lager is, wordt gas in opslag gepompt. In de winter wordt dit gas weer gebruikt om pieken in de vraag op te vangen. De vulgraad (het percentage van de capaciteit dat gevuld is) is een belangrijke indicator voor de zekerheid van gaslevering. Onderstaande grafiek geeft vulgraad aan in 2026, 2025 en 2024 en de gemiddelde vulgraad (%) van 2019-2023.
Het laagste punt van de gasvoorraad lag in 2025 jaar op 28 maart. Sindsdien steeg de gasvoorraad weer tot 73% in oktober 2025. Eind mei 2026 zat de vulgraad van de gasopslag op 16%. Het vulseizoen in heel Europa start medio april.