In dit maandoverzicht vind je de belangrijkste inzichten uit de energiedata van maart 2026 op een rij, met onder andere cijfers over elektriciteitsproductie, elektriciteitsverbruik, import en export van elektriciteit, CO₂-uitstoot en -emissiefactoren, gasverbruik en gasopslag.
Belangrijkste inzichten van maart 2026
- Totale elektriciteitsproductie: 10,5 TWh
- Circa 56% van de totale elektriciteitsproductie is duurzaam opwekt uit zon, wind, biomassa en afval
- Circa 51% van de totale elektriciteitsproductie komt van de hernieuwbare bronnen zon en wind (op land en op zee): 5,4 TWh
- Elektriciteitsverbruik: circa 9,8 TWh
- Netto export van elektriciteit: 0,54 TWh
- CO₂-uitstoot elektriciteitsproductie: circa 1.868 kton
- CO₂-emissiefactor elektriciteit: circa 0,211 kilogram CO₂ per kWh
- Totale gasverbruik: 23,9 TWh
- Gasopslag: 5% gevuld
Dit maandoverzicht bevat voorlopige data. Cijfers kunnen achteraf worden bijgesteld wanneer databronnen worden geactualiseerd.
Elektriciteit
Elektriciteitsproductie per dag, per energiebron
In onderstaande grafiek zie je per dag hoeveel elektriciteit is geproduceerd per energiebron, weergegeven in gigawattuur (GWh). Eén GWh = 1.000.000 kWh. In maart werd er in totaal ongeveer 10,5 TWh elektriciteit geproduceerd.
Het onderstaande staafdiagram vergelijkt de totale elektriciteitsproductie van maart 2025 en maart 2026. In maart 2026 is er circa 10,5 TWh opgewekt, ongeveer 0,9 TWh minder dan in maart 2025 (11,4 TWh).
Onder het staafdiagram staat een cirkeldiagram met de verdeling van de elektriciteitsproductie per energiebron in maart 2026.
Duurzaam opgewekte elektriciteit
In maart werd 56% van onze elektriciteit duurzaam opgewekt, zonder CO₂-uitstoot. Deze duurzame elektriciteit komt van zonnepanelen, windmolens op land en op zee, biomassa en voor een deel ook van afvalcentrales. Het afval dat we verbranden bestaat namelijk uit een biogeen en een fossiel deel. Het biogene deel bestaat uit organisch materiaal zoals etensresten, hout en papier. Omdat dit materiaal van plantaardige of natuurlijke oorsprong is, wordt het gezien als hernieuwbare energie. Voor dit deel van de afvalverbranding wordt daarom geen netto CO₂-uitstoot gerekend.
Opwek van elektriciteit uit wind en zon
De elektriciteitsbronnen wind op zee, wind op land en zon waren in maart goed voor circa 51% van de totale elektriciteitsproductie. In maart 2025 was het circa 41 %van de totale elektriciteitsproductie.
Onderstaande staafdiagram toont de opwek van elektriciteit (in GWh) uit wind op zee, wind op land en zon voor maart 2026 en maart 2025. Hierin is goed te zien dat er veel meer windenergie is opgewekt dan vorig jaar in maart. Ook de productie van zonne-energie neemt snel toe in deze tijd van het jaar.
In maart 2026 werd er in totaal circa 5,4 TWh elektriciteit geproduceerd uit deze bronnen, waarvan 2,8 TWh uit wind en 2,6 TWh uit zon. In maart 2025 lag de opwek wat lager, met een totaal van circa 4,7 TWh, waarvan 1,9 TWh uit wind en 2,8 TWh uit zon.
Elektriciteitsverbruik
Sinds november 2025 is data over het elektriciteitsverbruik beschikbaar op het Nationaal Energie Dashboard. Hierin zien we dat er in maart circa 9,8 TWh aan elektriciteit is verbruikt, ongeveer vergelijkbaar met vorig jaar maart. Het staafdiagram hieronder toont het verbruik per maand in 2025 en 2026. Daarin zie je dat het verbruik in de wintermaanden hoger is dan in de zomermaanden.
Import en export elektriciteit
Nederland importeert en exporteert elektriciteit met de buurlanden. In maart 2026 exporteerde ons land netto circa 0,54 TWh aan elektriciteit. Dat is een stuk minder dan in maart vorig jaar, toen er 1.782 TWh werd geëxporteerd. Ook lag de export een stuk lager dan in de afgelopen maanden. Dit heeft onder andere te maken met hogere gasprijzen en gascentrales en WKK-installaties die minder elektriciteit produceerden.
De eerste staafdiagram hieronder toont de netto import per land in maart 2026. De staafdiagram daaronder vergelijkt de totale netto import per maand voor 2025 en 2026. Sinds november 2024 wordt er onafgebroken netto geëxporteerd.
Let op: negatieve import = export
CO₂-uitstoot en -emissiefactor elektriciteit
Bij de productie van elektriciteit en het verbruik van gas komt CO₂ (koolstofdioxide) vrij. In de onderstaande grafieken zie je zowel de CO₂-uitstoot als de CO₂-emissiefactor van de elektriciteitsproductie per maand, voor 2025 en 2026. De CO₂-uitstoot is de totale hoeveelheid koolstofdioxide die vrijkomt bij de energieproductie. De CO₂-emissiefactor geeft aan hoeveel CO₂ vrijkomt per eenheid opgewekte eenheid elektriciteit, uitgedrukt in kilogram CO₂ per kWh. Voor elektriciteit daalt de CO₂-emissiefactor al jaren door de toename van het aandeel hernieuwbare energieopwek in de elektriciteitsmix. Nederland is netto-exporteur van elektriciteit en de CO₂-uitstoot van de geëxporteerde elektriciteit wordt meegenomen in de cijfers.
CO₂-uitstoot elektriciteitsproductie
De CO₂-uitstoot van elektriciteit daalde van 2.596 kton in maart 2025 naar 1.868 kton in maart 2026.
CO₂-emissiefactor van elektriciteitsproductie
De CO₂-emissiefactor was in maart 2026 circa 0,211 kilogram CO₂ per kWh. Maart 2025 was dit 0,246 kilogram CO₂ per kWh.
Deze daling is te verklaren door een combinatie van meer windenergie en een lagere totale elektriciteitsproductie door minder export.
Gas
Gasverbruik
Onderstaande grafiek laat het gasverbruik in maart 2026 zien, uitgesplitst naar drie typen gebruikers: industriële gasverbruikers, gasgestookte elektriciteitscentrales en de lokale gasdistributie naar kleine bedrijven en de huishoudens. In totaal werd er in maart 2026 ongeveer 23,9 TWh gas verbruikt. In maart 2025 was dat 25,9 TWh. Tijdens koudere maanden is het verbruik bij zowel lokale gasdistributie als gasgestookte elektriciteitscentrales aanzienlijk hoger dan de warmere maanden.
De 31,0 TWh gas die in maart 2026 werd verbruikt is als volgt verdeeld:
- Gasgestookte elektriciteitscentrales 3,7 TWh
- Lokale gasdistributie naar kleine bedrijven en de huishoudens 13,4 TWh
- Industriële gasverbruikers 6,7 TWh.
Gasopslag
Gasopslag is een manier om aardgas op te slaan voor later gebruik. In de zomer, als de vraag lager is, wordt gas in opslag gepompt. In de winter wordt dit gas weer gebruikt om pieken in de vraag op te vangen. De vulgraad (het percentage van de capaciteit dat gevuld is) is een belangrijke indicator voor de zekerheid van gaslevering. Onderstaande grafiek geeft de gemiddelde vulgraad (%) aan van de afgelopen vijf jaar, de vulgraad in 2025. De stippellijnen geven de minimale en maximale vulgraden aan die tussen 2020-2024 zijn bereikt.
Het laagste punt van de gasvoorraad lag in 2025 jaar op 28 maart. Sindsdien steeg de gasvoorraad weer tot 73% in oktober 2025. Eind maart 2026 zat de vulgraad van de gasopslag op 5,0%. Het vulseizoen in heel Europa start medio april.